Tunnelvisie

Op jonge leeftijd de ideale studie c.q. beroep  in beeld hebben. Het komt geregeld voor en het is verleidelijk dan ook niets anders te gaan studeren dan wat je in je hoofd hebt. Veelvuldig kom ik teleurgestelde jongeren tegen die spoedig constateerden dat de keuze toch niet klopte. En het schrijnende aan deze gevallen is dat ik vaak na 5 tot 10 minuten al kan aangeven waarom die studie niet bij hen paste.

Deze tunnelvisie komt vaker voor met jongeren die een ASS indicatie hebben maar ook in de overige populatie zie ik geregeld deze gevallen voorbijkomen. Het is fantastisch , het gevoel dat je weet wat je wilt gaan studeren en je daarop te fixeren. Maar het risico is levensgroot dat je alleen de positieve kanten van de studie en het beroep ziet en de overige facetten uitfiltert.

Als ouder en school moet je in deze gevallen ongelooflijk waakzaam zijn. Feitelijk is bij deze jongeren een studiekeuzecheck bij een ervaren coach noodzakelijk. Dan kan er objectief en kritisch gekeken wordt wat persoonlijkheid en kwaliteiten zeggen over de keuze.

Maar die tunnelvisie kan ook bij de ouders optreden ! Ze hebben een beeld van zoon of dochter en menen zeker te weten dat een bepaalde studie echt de best passende is. En als zoon of dochter toegeeft aan die visie kan het wel eens slecht aflopen in het eerste jaar.

Kortom, ouder en kind, hoed je voor het fixeren op een studie. Juist in die gevallen is een studiekeuze traject sterk aan te bevelen.

 

 

Ruimer ” bewust zijn”

In alle tijden zijn er mensen geweest die over een groter bewust zijn beschikten dan de grote groep waarin ze leefden. Je kon in negatieve zin als dwaas bestempeld worden en als je geluk had als ziener c.q. visionair. Dat groter bewust zijn is vrij vertaald het vermogen om verder in te tijd te kunnen kijken of in een veel groter verband naar de manifestaties om je heen te kijken. Het is een gave met plezierige kanten maar ook een last. Jij ziet en ervaart dingen immers heel anders . En hoe vind je dan gelijken om daarover te kunnen praten? Concreet kan het betekenen dat wat de grote groep als negatief labelt in jouw ” weten”  juist een positieve ontwikkeling is. Dat komt omdat je ziet dat door het donker gaan uiteindelijk een licht kan laten schijnen op veel grotere zaken die ontrafeld moeten worden.

ADHD-ers en HSP-ers zijn mensen die zonder uitzondering een ruimer bewustzijn hebben. Op jonge leeftijd durf je je nog te uiten en in je spontaneïteit  uit je je richting je omgeving over hoe je dingen ziet. En als dat te confronterend wordt grijpt die omgeving is. Er is sprake van onbegrepen gedrag en de makkelijkste weg is om dan naar een diagnose te grijpen en wellicht ook nog een medicijn.( Overigens is het geen medicijn omdat het met een buitengewoon lineaire redenering het probleem relateert aan een stofje in de hersenen. Het gaat voorbij aan het feit dat dat stofje wellicht terecht in te beperkte of te ruime mate aanwezig is).

Ik zie dat deze jongeren op latere leeftijd gelukkig zelf gaan inzien wat er gebeurd is en ook zelf ingrijpen in hun leven. Ze kiezen er vaak voor om weer in de staat te leven waar ze vroeger ook in verkeerden om zo hun eigenheid volledig tot hun recht te laten komen.

De labels, kortom, zijn spiegels die ons alert moeten maken op de bijzondere gaven van onze kinderen.

 

Diagnose, vloek en zegen

Ontelbare afkortingen kwamen bij mij binnen.  ADHD, DDD, ADD, ASS en  PDD-nos waren de meeste getelde afkortingen. Hoe kort de afkortingen zijn hoe veel breder zijn de mensen in hun zijn dan dat label zou doen geloven. En het blijkt een vloek en een zegen te zijn. En medestanders en tegenstanders leven vaak onder een dak t.w. kind en ouders.

Voor een hopelijk te publiceren boek voorjaar 2018 mocht ik een 7-tal jongeren die ooit in begeleiding waren interviewen. Het was een genot en in veel van die verhalen kwamen de afkortingen voor. De jongeren konden nu ze verder in hun leven stonden ook genuanceerd vertellen over hun labels.  En dat zijn niet louter gelukmakende verhalen , althans zo ervoer ik dat niet. Een jongere vertelde over zijn middelbare schooltijd waarin hij uiteindelijk als  ” aspergerig”  was gediagnosticeerd. Wonderlijk natuurlijk dat een psychiater iemand die niet binnen de termen valt dan toch  ” gelijkend op”  durft te noemen. Maar goed, deze jongere had ervaren dat onder die noemer ongepast gedrag op school getolereerd werd. Hij was immers ” aspergerig”  . En nu in de studentenstad had hij zijn label uit alle dossiers laten schrappen. In de thuisomgeving (niet de ouders) werd hij echter nog als label beoordeeld maar waar hij studeerde was dat niet zo. Dat leidt tot een spagaat.  Een andere jongere is een creatief en scheppend persoon die volledig buiten alle kaders durft te denken. Maar de gehele schooltijd was hij als anti-sociaal gelabeld. Dat was de makkelijkste vertaling van botsende wereldbeelden als ik het vrijelijk vertaal wat hier gebeurde. En wat te denken van een jongere met diagnose ASS die zich durfde te uiten aan mijn tafel en zei dat hij bang was geen familie te kunnen stichten omdat hij ass had ! De pijn was voelbaar op het moment van uiten. Het label kan ook onvermoede kanten opgaan. Een jongere vertelde dat zijn ADHD label hem in staat stelde Ritalin te krijgen. Dat gebruikte hij om zich lekker te voelen. Hij gaf ronduit toe dat het voor hem een verslavend middel was.

Het spreekt voor zich dat de diagnose ook in het voordeel kan werken. Zoals het voor mij een zegen was om over HSP te kunnen lezen zal het voor veel ouders en de jongere ook helderheid kunnen scheppen in het anders functioneren in deze samenleving.

Heel gevoelig

Dr. Elain Aaron kwam na jaren van onderzoek met het begrip Hoog Sensitief Persoon op de proppen. Toen ik haar eerste boek rond mijn veertigste levensjaar las dacht ik dat ze mijn levensverhaal had opgetekend. Zo griezelig veel herkende ik in dat verhaal. Het was gelukkig in die periode dat ik me er al van bewust was dat ik extreem meer opving in de interactie met anderen dan veel van de mensen om mij heen. HSP gaf daar geen verklaring voor maar maakte me wel bewust wat de valkuilen zijn als je zo gevoelig bent.

Na jaren van zelfonderzoek en gesprekken met veel anderen die zich er in herkennen is hooggevoelig zijn voor mij van betekenis veranderd. Hooggevoelige mensen zijn mensen met een veel ruimer bewustzijn. Zij nemen naast de basisfuncties van onze zintuigen zien, horen, ruiken, luisteren en voelen veel meer waar. Het is alsof zij in ieder moment van aanwezigheid meer diepte-informatie mee krijgen. Waar de een slechts de glimlach op iemands gezicht ziet kan de hooggevoelige de diepere emoties waarnemen. Dat is niet iets dat ze geleerd hebben maar gewoon vanaf hun geboorte meekregen. Of ze ruiken bij de waarneming iets dat een ander totaal niet registreert.

De hooggevoelige krijgt dus in dezelfde situatie veel meer informatie, lees prikkels, binnen. Dat is enerzijds prettig (je kijkt door mensen en situaties heen) maar anderzijds ook vermoeiend. De kunst is om jezelf dan niet teveel bloot te stellen aan drukke plaatsen, plekken met veel geluid of het aantal contactmomenten met anderen te reduceren. Je moet immers voorkomen dat je zenuwstelsel en hersenen overprikkeld raken. Een andere opgave is om voor jezelf uit te vinden wat die extra informatie je nu eigenlijk brengt. Is het nuttig of zou je het misschien moeten leren uitschakelen? Afschermen van mensen en je omgeving is iets dat je je dan zelf moet leren. Deze energetische afscherming is in eerste instantie voor mensen die hooggevoelig zijn niet zo eenvoudig te bevatten. Daarbij moet je immers leren je verbeelding aan te wenden om zo je onderbewuste te trainen niet alles meer binnen te laten komen.

Ouders in het keuzeproces

Ieder traject vullen ouders lijsten in waarin op hoofdlijnen een beeld naar voren komt over hun zoon of dochter. Die liggen dan op tafel met de eigen lijst en vaak nog een die door een goede vriend of vriendin zijn gemaakt.  Hoewel ik zelden extreme verschillen tegenkom blijkt toch vaak dat de beelden van de ouders niet overeenstemmen met die van de jongere.

Dat is uiteraard logisch. Aan het begin van de puberteit vormen de vrienden en vriendinnen de sociale groep waarin je het meest aanwezig bent. Daar speelt je leven zich voor het grootste deel af buiten het zicht van ouders. En welk gedrag daar getoond en geoefend wordt is voor veel ouders totaal onduidelijk.

Zien de ouders thuis weinig initiatief dan kan het zo maar zijn dat ze in de vriendengroep juist de aanjager van nieuwe activiteiten zijn. Vinden de ouders ze niet behulpzaam (afgemeten aan de bijdrage in het huishouden) dan blijkt dat in de vriendengroep juist hun sterke kant te zijn. En zijn ze thuis vaak kort aangemeten in de communicatie dan kan het zo maar zijn dat ze onder vrienden sensitief zijn en uitgebreid kunnen luisteren.

Om die reden is het vaak verstandig met een externe coach in beeld te brengen wat de sterke kanten van zoon of dochter zijn. Dat dit niet alleen in de thuisomgeving een rol speelt maar ook op scholen blijkt uit een voorval op een school. We verzorgden een workshop studiekeuze voor leerlingen en aan het eind van de dag was de decaan oprecht verbaasd over de inzet en motivatie en ook de keuze van een van de leerlingen. Hij en de school hadden een ” geschiedenis”  met die leerling en daaruit was een zeer negatief beeld ontstaan en feitelijk een slechte relatie ontstaan. In de veiligheid van de workshop zonder vooroordelen van de begeleiders bloeide een ander mens op.

Wel of geen testen ?

Een studiekeuzetest maken lijkt leuk. Maar de praktijk leerde mij dat de waarde van de meeste testen zeer beperkt is. De meeste gratis online testen moet je sowieso niet maken. Dat levert slechts verwarring op door de slechte vraagstelling en de belabberde adviezen die daar dan weer uitkomen. Icares (www.icares.nl) is een positieve uitzondering .

Persoonlijkheidstesten zijn een tweede interessant onderwerp om aan te snijden in dit kader. Ze zijn vrijwel allemaal afgeleid van vragenlijsten die ooit ontwikkeld zijn in de psychiatrie. Het is voorstelbaar dat je daar door het uitgesproken gedrag van de cliënten een onderscheidende uitspraak kan doen. Maar wat is er in de afgelopen anderhalve eeuw gebeurd ? Psychologen en  psychiaters zijn op zoek gegaan naar wat ik de heilige graal noem. Een test die betrouwbaar en valide is en zo voorspelbaarheid in ons leven zou kunnen brengen. Opvallend vaak monden die testen uit in 16 persoonlijkheidstypen en wordt er stellig beweerd dat met deze testen een goed beeld van iemand geschetst kan worden. Waar de Big Five (of Big six) een bewezen waarde heeft kan dat van vrijwel geen van die andere testen gezegd worden. Ze zijn noch valide (meten wat ze beweren te meten) of betrouwbaar (test en hertest leveren vergelijkbare en verenigbare uitkomsten op).

En toch, zweren bedrijven en allerlei andere non-profit  instellingen bij deze testen bij aanname van personeel, selectie van studenten of om het functioneren in een team te verduidelijken. Ik kan me herinneren  een MBTI test gemaakt te hebben waarbij de resultaten toch echt verschillend waren op diverse momenten.

Zijn de testen dan fout of moeten we ze helemaal niet gebruiken? Mijn insteek is dat de rapportages heel inzichtelijk kunnen werken. Maar het is zaak om zelf uit te maken wat je herkent of apert onjuist is. En vergeet ook niet dat je gedrag afhankelijk is van de context waarin je je bevindt. Thuis, op het werk, onder vrienden…we vertonen verschillend gedrag. Ons aanpassingsvermogen is fenomenaal.

Of een test nuttig is in een studiekeuze-onderzoek? Ik kan er geen sluitend antwoord op geven. Ik ontdekte dat mijn trajecten met testen of zonder testen niet sneller of langzamer verliepen en ook niet tot andere uitkomsten leidden. Het is voor mij een kwestie van smaak om zonder testen te werken. Op gevoel afgaan en mijn intuïtie en waarnemingen gebruiken geven mij een voldaan gevoel.

Een slecht beoordeelde opleiding

Een maand geleden kreeg ik een studente social work die in Utrecht 4 weken gestudeerd had. Ze was ontgoocheld geraakt over het niveau van de lessen, de onduidelijkheden rondom de tentamens en de motivatie bij de studenten in algemene zin.

Ik keek in de enige onafhankelijke bron die me ten dienste staat, de KeuzeGids, en constateerde dat deze opleiding de slechtst beoordeelde was van alle instellingen in Nederland. Een totaal aantal punten van 44 had deze opleiding gekregen. Op geen enkel criterium werd boven de lijn gescoord. Kortom, er is hier sprake van een opleiding die onderpresteert.

Laat het een waarschuwing voor je zijn dit te lezen. Kijk bij het maken van de instelling eerst serieus naar de beoordelingen. Want het is erg naar om te moeten constateren dat het niet aan jou ligt maar aan de instelling dat je je jaar niet haalt. En dan loop je het gevaar een negatief bindend studieadvies te krijgen met zeer kwalijke gevolgen voor jou.

Studiekeuze is een proces

Ik zie het telkens opnieuw gebeuren in mijn trajecten. We zetten in het eerste gesprek op een rij wie iemand op hoofdlijnen is, wat hij of zij kan en welke interesses er zijn. En van daaruit komen we dan tot een aantal mogelijk goed passende alternatieven waaruit door zorgvuldig onderzoek van studie en mogelijke beroepen uiteindelijk een keuze gemaakt kan worden.  In de loop van de week wordt er veel gelezen en gewikt en gewogen en komt er als gevolg van dat proces een nieuwe optie in beeld.

Een recent voorbeeld was een meisje die niet kon kiezen uit rechten, psychologie, pedagogiek en verloskunde. Ze kon er ook na weging van een groot aantal criteria niet uitkomen. We hadden geen onderscheidende factor kunnen vinden. Maar toen ze thuis de zaken afwoog dacht ze opeens aan de PABO. Toen we daar naar keken waren we het snel eens….dat was in haar geval een ongelooflijk aantrekkelijke optie.

Een actieve reflectieve houding als het om iets echt belangrijks gaat in je leven blijkt de creativiteit en eigen kracht naar boven te brengen om echt op zoek te gaan naar je passie. Onderzoeken bewijzen dat en ik zie het in de dagelijkse praktijk terug.

Zijn er vijf sessies nodig om te kunnen kiezen ?

Geregeld krijg ik de vraag waarom er bij mij maar twee sessies nodig zijn om tot een keuze te komen en bij andere bureaus veel meer. Het is gevaarlijk daar een uitspraak over te doen. Enerzijds zou het een gevoel van borstklopperij kunnen oproepen en anderzijds weet ik inhoudelijk niet precies wat er allemaal gedaan wordt in die andere trajecten. Uiteraard lees ik wat ze doen en begrijp ik het op hoofdlijnen ook maar ik wil het antwoord bij mijzelf houden. Dus niets over die anderen nu maar vooral over hoe ik het doe.

Een goed studiekeuzetraject vergt een omgeving van vertrouwen en veiligheid. Als aan die twee voorwaarden voldaan is en de coach ook nog een beetje aardig is zal alles ter tafel kunnen komen dat nodig is om tot een goede keuze te komen. Maar dat het ter tafel kan komen wil nog niet zeggen dat het ter tafel zal komen. Daar is namelijk iets meer voor nodig. En ik ben de mening toegedaan dat het dat om je eigen persoonlijke ontwikkeling gaat als coach. Als je ruimte in je eigen leven hebt gecreëerd kun je de jongere die tegenover je zit ook de ruimte bieden. En als je dan ook nog zorgvuldig kijkt en voelt krijg je een enorme hoeveelheid informatie uit het gesprek. Zien en voelen geven informatie over de lading die achter een antwoord zit. En die lading geeft vaak een inzicht in de belemmeringen of blokkades bij de jongeren. Als ik die informatie terugkoppel in het gesprek blijkt dat tot enorme inzichten te leiden. Ik maak opeens zichtbaar wat voor de jongere tot nu toe in het onderbewustzijn aanwezig was.

Nu is daarmee nog lang niet alles gezegd. Als je als coach associatief kunt denken en goed ontwikkelde analytische vaardigheden bezit kun je een lijn of meerdere lijnen ontdekken in de verhalen. En als er levenslijnen zichtbaar gemaakt kunnen worden, patronen ontrafeld kunnen worden, blijken die vaak extra informatie te verschaffen.

Ervaring van de coach, specifieke ervaring met studiekeuze processen, is zo belangrijk omdat je als coach een intuïtief vermogen ontwikkelt. Door meer dan twintig jaar ervaring en coachen van duizenden studenten ontwikkel je een zesde zintuig.

Een laatste punt dat zeker niet vergeten mag worden is de mate van up-to-date en parate kennis over studies en regelingen. Die kennis kun je als coach actief inzetten tijdens de begeleiding om al pratende in beeld te krijgen welke studies zeker wel en niet passen. Hetzelfde geldt m.b.t. een goede kennis van de inhoudelijke kant van beroepen. Hoe beter de coach daarin is ingevoerd, en bij voorkeur door eigen ervaringen, des te beter kan hij het keuzeproces sturen.

Helft studenten heeft psychische klachten

In het voortgezet onderwijs zijn rond de 21% van de jongeren onder behandeling
van een hulpverlener. De helft van die 21% heeft klachten in de het klinisch
spectrum. (bron: gezondheidskompas RIVM).

Het LSVB heeft  onderzocht hoe dat op het hbo en de universiteiten
is. Meer dan 50% van de studenten maakt melding van psychische klachten!
Onderstaande alinea komt uit het bericht van de site.

Studenten dragen studiedruk aan als belangrijkste oorzaak van hun klachten; 28% van de studenten gaf dit als reden aan. Studenten noemden  hierin dat de studie teveel van hen eiste, bijvoorbeeld door een bindend studie advies. Ook hebben veel studenten last van de combinatie van verschillende bezigheden. Kai Heijneman, voorzitter van de LSVb: “Tegelijkertijd studeren en werken om financieel rond te komen wordt als stressvol ervaren en kan leiden tot psychische klachten.”

 

Ik mijmer geregeld over deze ontwikkeling en denk terug aan de jaren
80 en 90 van de vorige eeuw. Wat werd er toen nog geschreven
in de dagbladen en de Intermediair?
A
Goed dat de student wat langer over zijn studie doet. Alle neven
activiteiten verbreden zijn horizon. Het is goed wat bestuurswerk
te doen en algemene levenswijsheid op te doen.
B
Foute keuzes kostten geld. Maar we beseften ons toen terdege
dat zoiets bij het leven hoort. De oneindige maakbaarheid-
ideologie was toen geenszins gemeengoed.
C
Het curriculum bood tijd om je te verdiepen in andere vakken
die buiten jouw eigen specialisme lagen. Wat te denken van
filosofie, politicologie en andere maatschappelijk georienteerde
vakken die toen verplicht waren op de UT waar ik toen studeerde?

De economische kentallen zijn populair. Het gaat om rendement,
uitval reduceren, efficiency, targets en boetes of straffen en
kwaliteitsoordelen.

We lachten in mijn studietijd nog enigszins schamper toen de
scientific management theorie van Taylor werd uitgelegd. Maar zijn
visie en ook het kwaliteitsmanagement dat voor productie
omgevingen was bedacht door Demming is nu gemeengoed
geworden in de onderwijssector.

We zijn op een triest spoor beland. Geen oog voor de noden
van onze jongeren, geen oor voor hun klachten en klakkeloos
sturen op uitval, doorstroom en rendement.

Zet de jongeren centraal . En jongeren : Zet je zelf centraal
en zet je af tegen deze tendensen.