Ontplooiing versus ontwikkeling

Taalkundig kan het niet juist zijn wat ik nu schrijf. Gevoelsmatig ervaar ik een verschil tussen deze twee woorden. Het kwam aan de orde in een gesprek met een jongere  waarin diverse studierichtingen als haalbaar en passend naar voren kwamen. Toen we ze nader onder de loep namen kwamen wij tot de volgende omschrijving.

De ene studie zou zeker de ont-wikkeling , het tot de kern in jezelf komen, stimuleren. Voor ons was de inhoudelijke betekenis van ontplooiing echter een andere. Daarbij hadden wij het gevoel dat je dan actief vorm gaat geven aan het verleggen van je grenzen. Het eerste woord riep de associatie van veilig en geleidelijk op en het tweede de associatie van over je grenzen gaan en vooral ook het aandurven je eigen grenzen te verleggen.

Of het klopt doet er niet toe voor mij. Het is echter een bruikbare tweedeling om jongeren te stimuleren een richting te kiezen waarbij ze actief en bewust hun grenzen opzoeken en durven buiten hun comfort zone te gaan.

Slechte oriëntatie

Hoe vreemd het ook klinkt het is een feit dat 1/3e van de jongeren zich niet of onvoldoende oriënteert. Onbegrijpelijk in een tijd waarin Loopbaan Oriëntatie Begeleiding  (LOB) een verplicht onderdeel is op de middelbare school. Maar er zijn altijd “slimmeriken”  die zich er aan weten te onttrekken.

Dat ze zichzelf voor de gek hebben gehouden weten de jongeren wel. Na een harde crash tijdens de eerste of tweede studie dringt het besef door dat ze iets geweldig stoms hebben gedaan. Waar hun vrienden al aardig op weg zijn in de studie zitten zij met niets thuis.

Hoewel de ouders er vrijwel altijd van overtuigd waren dat hun kind de keuze niet goed aangepakt had is het net als met het al dan niet maken van huiswerk zo dat je als ouder machteloos aan de zijlijn staat. En als de studiekeuzecheck niet in staat is deze jongeren er uit te halen , en dat is blijkbaar zo, dan wordt het een harde leerweg.

Hoewel ik geloof dat fout kiezen gewoon een onderdeel van leven is moet ik bekennen soms toch ook verbaasd te zijn dat overigens slimme jongeren zo naïef met hun keuze zijn omgegaan.

Tussenjaar voor sociale ontwikkeling

Vandaag was ik in gesprek met een jongen die serieus aan zijn studiekeuze werkte. Hij had goed op een rij wat hij kon en wilde. Maar hij was nog maar 16 jaar en was niet erg actief in de benadering van anderen mensen. Er was geen sprake van iemand die niet sociaal was maar hij was zich er terdege van bewust dat een actievere houding het leven in de toekomst makkelijker zou maken.

Het is een gestage ontwikkeling geweest dat er in opleidingen steeds meer in groepjes wordt samengewerkt. Tijdens mijn studie in de jaren ’80 was dat vrijwel niet het geval. Je kon op je eigen manier slagen of falen. In de groepjes ben je echter afhankelijk van de gezamenlijke wil een resultaat neer te zetten. Spanningen door verschil in inzet, visie op de aanpak, planning in de tijd en elkaar eenvoudigweg niet mogen spelen komen in veel groepjes aan de oppervlakte.

Cognitief zat het met deze jongen snor maar gezien zijn vraagstelling kwam steeds scherper naar voren dat het wellicht beter zou zijn eerst aan de benadering en binding met andere mensen te werken. Gezien zijn leeftijd zou een tussenjaar geen enkel probleem zijn. Vraag was wel hoe je zo’n probleem aanpakt. Bij slimmere mensen ben ik geneigd dat zeker niet via een verbale relatie met een therapeut uit te werken. Sociaal gedrag en invloed van jouw verbale en non-verbale houding op anderen kun je wellicht op een verfrissende en effectievere manier aanpakken door een training met een paard of met b.v. een dansleraar. Daar zie je en ervaar je meteen wat jouw impact op anderen is.

Loopbaan sturen tijdens je studie

Sturing van je loopbaan begint feitelijk al met de keuze van je studie. Toch zal later blijken dat het merendeel van de studenten werk doet dat niets of weinig met deze studie te maken heeft. Maar tijdens de studie is het volgens mij verstandig toch een grote mate van sturing richting een eerste baan te doen plaats vinden.

Het eerste en tweede jaar bestaan overal uit een verplicht curriculum maar bij veel hbo studies komen er al fikse keuzes op je pad in het derde en vierde studiejaar. De stage is zo’n moment. Het is niet verstandig de eerste de beste optie te kiezen maar een goede analyse te maken in welke richting je je eerste baan zou willen vervullen. Dan is het logisch een stage te kiezen die je de kans biedt dat type werk te verkennen.

De minor , een periode die een heel semester beslaat, is de tweede uitgelezen kans om jezelf te specialiseren in een richting die je het meest aanstaat. De verdiepende minor richt zich op een echte specialisatie in je eigen vakgebied, de verbredende minor geeft je de kans over de grenzen van je eigen vakgebied heen te kijken en je kunt zelfs al anticiperen op een doorstroom naar de universiteit.

Mijn advies is al in het tweede jaar bewust vooruit te kijken en te anticiperen op je stage en je minor.

Tunnelvisie

Op jonge leeftijd de ideale studie c.q. beroep  in beeld hebben. Het komt geregeld voor en het is verleidelijk dan ook niets anders te gaan studeren dan wat je in je hoofd hebt. Veelvuldig kom ik teleurgestelde jongeren tegen die spoedig constateerden dat de keuze toch niet klopte. En het schrijnende aan deze gevallen is dat ik vaak na 5 tot 10 minuten al kan aangeven waarom die studie niet bij hen paste.

Deze tunnelvisie komt vaker voor met jongeren die een ASS indicatie hebben maar ook in de overige populatie zie ik geregeld deze gevallen voorbijkomen. Het is fantastisch , het gevoel dat je weet wat je wilt gaan studeren en je daarop te fixeren. Maar het risico is levensgroot dat je alleen de positieve kanten van de studie en het beroep ziet en de overige facetten uitfiltert.

Als ouder en school moet je in deze gevallen ongelooflijk waakzaam zijn. Feitelijk is bij deze jongeren een studiekeuzecheck bij een ervaren coach noodzakelijk. Dan kan er objectief en kritisch gekeken wordt wat persoonlijkheid en kwaliteiten zeggen over de keuze.

Maar die tunnelvisie kan ook bij de ouders optreden ! Ze hebben een beeld van zoon of dochter en menen zeker te weten dat een bepaalde studie echt de best passende is. En als zoon of dochter toegeeft aan die visie kan het wel eens slecht aflopen in het eerste jaar.

Kortom, ouder en kind, hoed je voor het fixeren op een studie. Juist in die gevallen is een studiekeuze traject sterk aan te bevelen.

 

 

Ruimer ” bewust zijn”

In alle tijden zijn er mensen geweest die over een groter bewust zijn beschikten dan de grote groep waarin ze leefden. Je kon in negatieve zin als dwaas bestempeld worden en als je geluk had als ziener c.q. visionair. Dat groter bewust zijn is vrij vertaald het vermogen om verder in te tijd te kunnen kijken of in een veel groter verband naar de manifestaties om je heen te kijken. Het is een gave met plezierige kanten maar ook een last. Jij ziet en ervaart dingen immers heel anders . En hoe vind je dan gelijken om daarover te kunnen praten? Concreet kan het betekenen dat wat de grote groep als negatief labelt in jouw ” weten”  juist een positieve ontwikkeling is. Dat komt omdat je ziet dat door het donker gaan uiteindelijk een licht kan laten schijnen op veel grotere zaken die ontrafeld moeten worden.

ADHD-ers en HSP-ers zijn mensen die zonder uitzondering een ruimer bewustzijn hebben. Op jonge leeftijd durf je je nog te uiten en in je spontaneïteit  uit je je richting je omgeving over hoe je dingen ziet. En als dat te confronterend wordt grijpt die omgeving is. Er is sprake van onbegrepen gedrag en de makkelijkste weg is om dan naar een diagnose te grijpen en wellicht ook nog een medicijn.( Overigens is het geen medicijn omdat het met een buitengewoon lineaire redenering het probleem relateert aan een stofje in de hersenen. Het gaat voorbij aan het feit dat dat stofje wellicht terecht in te beperkte of te ruime mate aanwezig is).

Ik zie dat deze jongeren op latere leeftijd gelukkig zelf gaan inzien wat er gebeurd is en ook zelf ingrijpen in hun leven. Ze kiezen er vaak voor om weer in de staat te leven waar ze vroeger ook in verkeerden om zo hun eigenheid volledig tot hun recht te laten komen.

De labels, kortom, zijn spiegels die ons alert moeten maken op de bijzondere gaven van onze kinderen.

 

Diagnose, vloek en zegen

Ontelbare afkortingen kwamen bij mij binnen.  ADHD, DDD, ADD, ASS en  PDD-nos waren de meeste getelde afkortingen. Hoe kort de afkortingen zijn hoe veel breder zijn de mensen in hun zijn dan dat label zou doen geloven. En het blijkt een vloek en een zegen te zijn. En medestanders en tegenstanders leven vaak onder een dak t.w. kind en ouders.

Voor een hopelijk te publiceren boek voorjaar 2018 mocht ik een 7-tal jongeren die ooit in begeleiding waren interviewen. Het was een genot en in veel van die verhalen kwamen de afkortingen voor. De jongeren konden nu ze verder in hun leven stonden ook genuanceerd vertellen over hun labels.  En dat zijn niet louter gelukmakende verhalen , althans zo ervoer ik dat niet. Een jongere vertelde over zijn middelbare schooltijd waarin hij uiteindelijk als  ” aspergerig”  was gediagnosticeerd. Wonderlijk natuurlijk dat een psychiater iemand die niet binnen de termen valt dan toch  ” gelijkend op”  durft te noemen. Maar goed, deze jongere had ervaren dat onder die noemer ongepast gedrag op school getolereerd werd. Hij was immers ” aspergerig”  . En nu in de studentenstad had hij zijn label uit alle dossiers laten schrappen. In de thuisomgeving (niet de ouders) werd hij echter nog als label beoordeeld maar waar hij studeerde was dat niet zo. Dat leidt tot een spagaat.  Een andere jongere is een creatief en scheppend persoon die volledig buiten alle kaders durft te denken. Maar de gehele schooltijd was hij als anti-sociaal gelabeld. Dat was de makkelijkste vertaling van botsende wereldbeelden als ik het vrijelijk vertaal wat hier gebeurde. En wat te denken van een jongere met diagnose ASS die zich durfde te uiten aan mijn tafel en zei dat hij bang was geen familie te kunnen stichten omdat hij ass had ! De pijn was voelbaar op het moment van uiten. Het label kan ook onvermoede kanten opgaan. Een jongere vertelde dat zijn ADHD label hem in staat stelde Ritalin te krijgen. Dat gebruikte hij om zich lekker te voelen. Hij gaf ronduit toe dat het voor hem een verslavend middel was.

Het spreekt voor zich dat de diagnose ook in het voordeel kan werken. Zoals het voor mij een zegen was om over HSP te kunnen lezen zal het voor veel ouders en de jongere ook helderheid kunnen scheppen in het anders functioneren in deze samenleving.

Heel gevoelig

Dr. Elain Aaron kwam na jaren van onderzoek met het begrip Hoog Sensitief Persoon op de proppen. Toen ik haar eerste boek rond mijn veertigste levensjaar las dacht ik dat ze mijn levensverhaal had opgetekend. Zo griezelig veel herkende ik in dat verhaal. Het was gelukkig in die periode dat ik me er al van bewust was dat ik extreem meer opving in de interactie met anderen dan veel van de mensen om mij heen. HSP gaf daar geen verklaring voor maar maakte me wel bewust wat de valkuilen zijn als je zo gevoelig bent.

Na jaren van zelfonderzoek en gesprekken met veel anderen die zich er in herkennen is hooggevoelig zijn voor mij van betekenis veranderd. Hooggevoelige mensen zijn mensen met een veel ruimer bewustzijn. Zij nemen naast de basisfuncties van onze zintuigen zien, horen, ruiken, luisteren en voelen veel meer waar. Het is alsof zij in ieder moment van aanwezigheid meer diepte-informatie mee krijgen. Waar de een slechts de glimlach op iemands gezicht ziet kan de hooggevoelige de diepere emoties waarnemen. Dat is niet iets dat ze geleerd hebben maar gewoon vanaf hun geboorte meekregen. Of ze ruiken bij de waarneming iets dat een ander totaal niet registreert.

De hooggevoelige krijgt dus in dezelfde situatie veel meer informatie, lees prikkels, binnen. Dat is enerzijds prettig (je kijkt door mensen en situaties heen) maar anderzijds ook vermoeiend. De kunst is om jezelf dan niet teveel bloot te stellen aan drukke plaatsen, plekken met veel geluid of het aantal contactmomenten met anderen te reduceren. Je moet immers voorkomen dat je zenuwstelsel en hersenen overprikkeld raken. Een andere opgave is om voor jezelf uit te vinden wat die extra informatie je nu eigenlijk brengt. Is het nuttig of zou je het misschien moeten leren uitschakelen? Afschermen van mensen en je omgeving is iets dat je je dan zelf moet leren. Deze energetische afscherming is in eerste instantie voor mensen die hooggevoelig zijn niet zo eenvoudig te bevatten. Daarbij moet je immers leren je verbeelding aan te wenden om zo je onderbewuste te trainen niet alles meer binnen te laten komen.

Ouders in het keuzeproces

Ieder traject vullen ouders lijsten in waarin op hoofdlijnen een beeld naar voren komt over hun zoon of dochter. Die liggen dan op tafel met de eigen lijst en vaak nog een die door een goede vriend of vriendin zijn gemaakt.  Hoewel ik zelden extreme verschillen tegenkom blijkt toch vaak dat de beelden van de ouders niet overeenstemmen met die van de jongere.

Dat is uiteraard logisch. Aan het begin van de puberteit vormen de vrienden en vriendinnen de sociale groep waarin je het meest aanwezig bent. Daar speelt je leven zich voor het grootste deel af buiten het zicht van ouders. En welk gedrag daar getoond en geoefend wordt is voor veel ouders totaal onduidelijk.

Zien de ouders thuis weinig initiatief dan kan het zo maar zijn dat ze in de vriendengroep juist de aanjager van nieuwe activiteiten zijn. Vinden de ouders ze niet behulpzaam (afgemeten aan de bijdrage in het huishouden) dan blijkt dat in de vriendengroep juist hun sterke kant te zijn. En zijn ze thuis vaak kort aangemeten in de communicatie dan kan het zo maar zijn dat ze onder vrienden sensitief zijn en uitgebreid kunnen luisteren.

Om die reden is het vaak verstandig met een externe coach in beeld te brengen wat de sterke kanten van zoon of dochter zijn. Dat dit niet alleen in de thuisomgeving een rol speelt maar ook op scholen blijkt uit een voorval op een school. We verzorgden een workshop studiekeuze voor leerlingen en aan het eind van de dag was de decaan oprecht verbaasd over de inzet en motivatie en ook de keuze van een van de leerlingen. Hij en de school hadden een ” geschiedenis”  met die leerling en daaruit was een zeer negatief beeld ontstaan en feitelijk een slechte relatie ontstaan. In de veiligheid van de workshop zonder vooroordelen van de begeleiders bloeide een ander mens op.

Wel of geen testen ?

Een studiekeuzetest maken lijkt leuk. Maar de praktijk leerde mij dat de waarde van de meeste testen zeer beperkt is. De meeste gratis online testen moet je sowieso niet maken. Dat levert slechts verwarring op door de slechte vraagstelling en de belabberde adviezen die daar dan weer uitkomen. Icares (www.icares.nl) is een positieve uitzondering .

Persoonlijkheidstesten zijn een tweede interessant onderwerp om aan te snijden in dit kader. Ze zijn vrijwel allemaal afgeleid van vragenlijsten die ooit ontwikkeld zijn in de psychiatrie. Het is voorstelbaar dat je daar door het uitgesproken gedrag van de cliënten een onderscheidende uitspraak kan doen. Maar wat is er in de afgelopen anderhalve eeuw gebeurd ? Psychologen en  psychiaters zijn op zoek gegaan naar wat ik de heilige graal noem. Een test die betrouwbaar en valide is en zo voorspelbaarheid in ons leven zou kunnen brengen. Opvallend vaak monden die testen uit in 16 persoonlijkheidstypen en wordt er stellig beweerd dat met deze testen een goed beeld van iemand geschetst kan worden. Waar de Big Five (of Big six) een bewezen waarde heeft kan dat van vrijwel geen van die andere testen gezegd worden. Ze zijn noch valide (meten wat ze beweren te meten) of betrouwbaar (test en hertest leveren vergelijkbare en verenigbare uitkomsten op).

En toch, zweren bedrijven en allerlei andere non-profit  instellingen bij deze testen bij aanname van personeel, selectie van studenten of om het functioneren in een team te verduidelijken. Ik kan me herinneren  een MBTI test gemaakt te hebben waarbij de resultaten toch echt verschillend waren op diverse momenten.

Zijn de testen dan fout of moeten we ze helemaal niet gebruiken? Mijn insteek is dat de rapportages heel inzichtelijk kunnen werken. Maar het is zaak om zelf uit te maken wat je herkent of apert onjuist is. En vergeet ook niet dat je gedrag afhankelijk is van de context waarin je je bevindt. Thuis, op het werk, onder vrienden…we vertonen verschillend gedrag. Ons aanpassingsvermogen is fenomenaal.

Of een test nuttig is in een studiekeuze-onderzoek? Ik kan er geen sluitend antwoord op geven. Ik ontdekte dat mijn trajecten met testen of zonder testen niet sneller of langzamer verliepen en ook niet tot andere uitkomsten leidden. Het is voor mij een kwestie van smaak om zonder testen te werken. Op gevoel afgaan en mijn intuïtie en waarnemingen gebruiken geven mij een voldaan gevoel.